HomeNieuwsBeloftevolle politici: Andy Pieters
02
feb
2017

Beloftevolle politici: Andy Pieters

WELPEN VAN DE WETSTRAAT

Beloftevolle politici voor wie 2017 het doorbraakjaar moet en zal worden.
Ze zijn jong, beloftevol en bijten zich vast in de politiek. In dossiers als het kan, in tegenstanders als het moet. De hele week portretteert onze politieke redactie aanstormende talenten die dit jaar op het voorplan moeten treden. VANDAAG: Andy Pieters (N-VA)

“Mijn vader zit in de vakbond, maar ik denk wel dat hij voor me stemt”

Andy Pieters mag dan nog maar 28 zijn, hij heeft bij NVA al een hele leerschool achter de rug. En hij is van veel markten thuis. Industrieel ingenieur en dossiervreter op het kabinet van ministerpresident Geert Bourgeois, populaire partijman in Brussel en Maasmechelen. Grote mond, maar met de voeten op de grond. “Mensen appreciëren het als je hen uitlegt dat iets niet kan.”

“Dus ze hebben u wijsgemaakt dat ik een groot talent ben?”
Andy Pieters (28) is een vlotte boy. “Humoristisch”, zegt zijn baas, Vlaams ministerpresident Geert Bourgeois. “En een goede raadgever. Als ik hem overval met een vraag omdat ik snel iets moet weten, moet hij niet nog eerst een uurtje achter zijn pc zitten zoeken.” Pieters werkte vroeger als industrieel ingenieur en volgt nu op het kabinet van Bourgeois de mobiliteitsdossiers en de Limburgse economie op. Hij maakt al jaren deel uit van het bestuur van Jong N-VA en van het N-VA-partijbestuur. Maar als het van zijn vader had afgehangen, was hij wellicht nooit bij N-VA beland. “Ik kom uit een typisch arbeidersgezin in Maasmechelen. Mijn moeder is huisvrouw, mijn vader werkte eerst in de mijnen en dan in de fabriek. Hij is er vakbondsafgevaardigde.” Pieters woont nog bij zijn ouders. De vakbond en N-VA onder één dak, dat is om conflicten vragen. “Bij elke staking zit het erop, dan is het beter dat we gewoon zwijgen”, lacht hij. “Maar ik denk wel dat mijn vader voor mij stemt.” In 2014, als eerste opvolger voor de Vlaamse verkiezingen in Limburg, haalde hij ruim 10.000 voorkeurstemmen, nadat hij twee jaar eerder al verrassend een zitje in de gemeenteraad had veroverd. 

Beginnen bij Lijst Dedecker

 Zijn politieke vuurdoop, op 20-jarige leeftijd bij Lijst Dedecker, ging ook niet ongemerkt voorbij. Pieters stapte kort nadat de kieslijsten moesten worden ingediend uit de partij, tot woede van LDD. “Hij zette zijn geloofwaardigheid op het spel”, zegt Open VLD-senator Lode Vereeck, die toen de LDD-lijst trok. “Het had grotere consequenties kunnen hebben, maar nu zie ik het als een jeugdzonde.” Twee maanden later vond Pieters een nieuwe thuis bij N-VA. Hij richtte in Maasmechelen mee de lokale afdeling op en ligt nu in poleposition om er in 2018 de lijst te trekken, al stelt hij zelf dat er nog niets beslist is.

Niet altijd geliefd
De N-VA-fracties in het parlement zijn uitgebreid, maar echte jonkies vind je er nauwelijks. “Twintigers en jonge dertigers zitten zich warm te draaien op kabinetten of als parlementair medewerker”, zegt Pieters. Hijzelf hoopte stiekem wel dat hij als eerste opvolger in het parlement zou geraken. En dat er vandaag N-VA-parlementairen zijn van wie niemand gehoord heeft, is hem ook niet ontgaan. “Het parlement is een afspiegeling van de maatschappij: je hebt harde werkers die veel erkenning krijgen. Je hebt harde werkers die niet opgemerkt worden. En je hebt er die er de kantjes van aflopen. Laten we hopen dat de plaats van die mensen de volgende keer wordt ingenomen door ambitieuze jongeren.” Dat Pieters vaak geen blad voor de mond neemt, levert hem ook kritiek op. “Soms heeft hij een grote mond en tracht hij anderen zwart te maken. Daarmee helpt hij zichzelf niet noodzakelijk vooruit”, zegt een partijtopper. “Maar hij is ambitieus, inhoudelijk sterk en kan het goed verwoorden.” 

Liever geen beloftes
Op het kabinet van Bourgeois heeft Pieters zich vastgebeten in de Limburgse economie. “Het gaat de goede kant op, de werkloosheid daalt”, zegt hij daarover. En hij beseft dat die cijfers voor zijn politieke toekomst belangrijker zijn dan de Oosterweelverbinding, een dossier dat hij ook opvolgt. Dat alle grote infrastructuurwerken tegenwoordig lijken uit te draaien op een juridische procedureslag, frustreert hem niet. Daarvoor is hij een te grote pragmaticus. “Je moet roeien met de riemen die je hebt en mensen niets wijs maken. Veel politici toeteren erop los, zonder dossierkennis. Zeker lokaal hoor je vaak dat iemand iets werd beloofd. Dan zeg ik het die mensen vlakaf als die belofte niet haalbaar is, en ik zeg ook waarom. Mensen appreciëren het als je hen uitlegt dat iets niet kan.” Moet een jonge politicus ook niet wat dromen? “Ja, maar als we het zelf niet in handen hebben, werk ik er liever in stilte aan, zonder beloftes.” Zoals het confederalisme? “Ik denk dat het er komt. En ik vermoed ik het nog zal meemaken.”

Drie vragen aan

Wie is je politieke voorbeeld?
“Beetje cliché, maar Geert Bourgeois. Niet omdat hij mijn baas is. Maar omdat ik vrees dat ik nooit over zo veel verschillende dossiers zo veel zal weten als hij.” 

Wat is het hoogste dat je in de politiek wil bereiken?
“Ik mik niet op een bepaalde functie. Maar mocht ik tegen mijn pensioen een aantal structurele knelpunten in Maasmechelen weggewerkt hebben, dan ben ik zeer tevreden. Dan denk ik
aan werkgelegenheid, de veiligheid en de sociale cohesie.”

Wat zou je meteen veranderen, mocht je het voor het zeggen hebben?
“De staat hervormen zodat we in Vlaanderen zelf kunnen bepalen wat we moeten doen, zonder dat we afgeremd worden door anderen.”

 

Auteur: Hannes Cattebeke