HomeNieuws"Ecologie is geen exclusief links thema"
04
mrt
2018

"Ecologie is geen exclusief links thema"

Jong N-VA-voorzitter Tomas Roggeman over Theo Francken, sociale media en ‘ecorealisme’

Deze week gaf Theo Francken (N-VA) een lezing in Leuven. Linkse organisaties organiseerden een tegenbetoging. Je kan je geen studentenstad meer inbeelden waar het niet gebeurt. Francken mag dan een gecontesteerd figuur zijn, hij doet de politiek in elk geval weer leven bij jongeren. Tomas Roggeman (31), voorzitter van Jong N-VA, stoomt sinds 2015 een nieuwe generatie Vlaams-nationalisten klaar en komt dagelijks in contact met de politieke cultuur die bij jongeren heerst.

Is het belemmeren van een politieke lezing een aanval op de democratie, of is het goed dat jongeren zich op zo’n manier geëngageerd tonen? 
Als het gaat over het uiten van een mening, vind ik het heel goed dat er jongeren zijn die dat doen. Iedereen heeft recht om zijn of haar mening kenbaar te maken, maar juist om die reden is het natuurlijk ook belangrijk dat er effectief aan iedereen de mogelijkheid gelaten wordt om zijn of haar verhaal te brengen. Acties die er op gericht zijn om mensen de toegang tot een publiek gebouw te ontzeggen, zijn niet verstandig. Zeker niet aan een universiteit; als er een plaats is waar verschillende meningen kunnen samenkomen, is het wel een universiteit.

Theo Francken is meer dan ooit het uithangbord van N-VA, maar tegelijkertijd is hij ook de meest omstreden politicus in jaren. Hoe kijken jullie als Jong N-VA naar hem?
Het is zo dat je ofwel expliciet voor ofwel expliciet tegen Francken bent. Er is weinig grijze zone. Het zal niet verbazen dat wij als Jong N-VA vinden dat hij het juiste pad bewandelt. Als je vergelijkt met asielbeleid uit het verleden, vind ik dat er veel stappen in de goede richting gezet worden. We selecteren bijvoorbeeld strenger. Anderzijds zal je ook zien dat mensen die hier al enkele jaren wonen en geïntegreerd zijn veel inschikkelijker behandeld worden. De voorbije decennia werden regelmatig mensen uitgewezen die hier al jaren woonden en perfect geïntegreerd waren. Zulke situaties zie je vandaag veel minder.

Zoals je zelf aanhaalt, is Theo Francken iemand die Vlaanderen polariseert. Komt die polarisatie de partij ten goede? 
Volgens mij is het beleid van Francken veel minder streng dan wat men er soms van probeert te maken. Tegenstanders proberen asielbeleid vaak af te schilderen als een ‘race om menselijkheid’. Ik denk dat we nu toch een evenwichtig beleid hebben. Er worden nog steeds veel humanitaire visa uitgereikt aan mensen die om terechte redenen op de vlucht zijn. Die polarisatie lijkt me voor een groot deel perceptie, en komt voort uit een doembeeld dat velen proberen scheppen.

Hij wekt die perceptie ook zelf – al dan niet bewust – op, denk aan zijn nogal directe stijl op sociale media. 
Hij heeft inderdaad zijn eigen stijl (lacht).

Je haalde onlangs zelf de media met een tweet waarin je zei dat je geen Jupiler meer zou drinken, als protest tegen de tijdelijke naamsverandering naar ‘Belgium’. 
(Lacht). Het is soms een beetje raar waar mensen aandacht aan geven. De week voordien hadden we een heel doordacht, inhoudelijk standpunt gelanceerd over successierechten. Daar had de pers dan geen interesse in.

Veel media focussen dan ook graag op sensationeel ‘soft news’, het is gemakkelijk en trekt lezers aan. Is dat een probleem? 
Het voordeel van sociale media is dat je alles kan zeggen, het nadeel is dat alles gehoord wordt (lacht). Het is niet aan mij om aan journalisten te vertellen hoe zij hun job moeten doen, maar ik denk dat er tegenwoordig inderdaad heel veel aandacht gaat naar sensatie en de ‘leuke onnozelheden’. Naar mijn aanvoelen is het emotionele aspect heel belangrijk geworden. Dat gaat dan zowel over de reguliere pers als sociale media. Men heeft vaak de intentie om aan elk nieuwsbericht een emotie te hechten.

Zijn sociale media belangrijk voor een jongerenorganisatie als Jong N-VA? 
Persoonlijk denk ik dat de politieke impact niet zo groot is. Het is vooral een verlengstuk van wat je in de realiteit doet. Theo Francken maakt er bijvoorbeeld goed gebruik van, maar dat is ook omdat mensen voordien al wisten wie hij is en welke lijn hij bewandelt. Ik denk dat het ook naar jongeren toe belangrijk is dat je de meeste mensen eerst in de realiteit overtuigt door gesprekken of debatten te voeren. Ik moet de eerste persoon nog tegenkomen die van politieke visie verandert omwille van een tweet. Sociale media kunnen wel een instrument zijn om de politiek van een andere kant te laten zien. Jong N-VA  heeft bijvoorbeeld een Instagram-account waarmee we een beetje een blik achter de schermen van de politiek willen gunnen, voorbij de droge persberichten en opiniestukken. Zo willen we tonen dat politiek ook een plezante activiteit kan zijn.

Op welke manier trachten jullie de jeugd dan inhoudelijk te informeren? 
We hebben verschillende kanalen. Er zijn de klassieke politieke instrumenten, als persberichten en opiniestukken die we – als we eens geluk hebben – in de krant krijgen. Anders proberen we inderdaad te strijden via sociale media. Maar het begint op straat door met de mensen te praten. We hebben nu een 120-tal afdelingen met geëngageerde vrijwilligers die in de eigen stad of gemeente mensen aanspreken. Ik denk dat daar de core business blijft liggen, en dat we de boodschap vervolgens kunnen versterken via het internet als een soort luidspreker. Zonder werking op het terrein krijg je ook nooit die weerslag online.

Die ‘werking op het terrein’ past binnen de populistische aanpak die jullie graag hanteren. 
Populistisch? Ik beschouw partijen als populistisch wanneer ze aan de zijlijn staan roepen en problemen vergroten zonder daar oplossingen voor te bieden. Het klopt dat we proberen luisteren naar de bekommernissen van de mensen en naar wat leeft in de publieke opinie – wat soms ook de ‘Vlaamse onderstroom’ genoemd wordt. Het verschil met een doorsnee populistische partij is dat wij ook realistische en structurele oplossingen naar voor schuiven.

Verschilt de agenda van Jong N-VA van die van de moederpartij? 
De verschillen vallen nogal mee. Het is vooral op communautair vlak dat je die terugvindt. Waar N-VA spreekt over confederatie, spreken wij over onafhankelijkheid. Die strakkere communautaire lijn lijkt ons een meerwaarde voor zowel Vlaanderen als Wallonië. Wij proberen jongeren te overtuigen van die meerwaarde.

Is moederpartij N-VA niet vooral bang om die woorden uit te spreken, uit angst voor electoraal verlies? 
De moederpartij moet natuurlijk met veel meer rekening houden. Ze zit nu eenmaal in een regering met Waalse coalitiepartners. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat die samenwerking niet al te stroef loopt. Wij als Jong N-VA zijn door niets of niemand gebonden, tenzij door onze eigen leden en ons gezond verstand. Wij kunnen die boodschap dus makkelijker brengen.

Zijn jullie kritisch tegenover de moederpartij? 
Toch wel. Wij zien onze rol niet zozeer als waakhond van N-VA, maar we proberen vooral de gaatjes op te vullen die zij openlaten. Het thema rond klimaat is bijvoorbeeld iets waarvan wij vinden dat het bij N-VA veel sterker aan bod mag komen.

Je bent zelf op de proppen gekomen met het begrip ‘ecorealisme’. 
In dat thema ben ik persoonlijk erg geïnteresseerd. Het wordt al jaren onterecht beschouwd als een ‘links’ thema. Het gaat nochtans over problemen waar iedereen dagelijks mee geconfronteerd wordt – denk aan de luchtkwaliteit. Dat is niet links of rechts, dat is een menselijk probleem. De oplossingen die gesuggereerd worden zijn dan weer wel vaak ideologisch. Milieuproblemen worden dikwijls gebruikt als excuus om een socialistisch beleid te voeren, met meer belastingen of het oprichten van extra overheidsagentschappen. Ik denk dat we daar van moeten afstappen en naar een alternatief moeten gaan waarbij milieubeleid verzoenbaar is met de vrije markt. We willen niet uitgaan van het sentiment en doemdenken, maar eerder inzetten op innovatie, wetenschap en logisch denken.

Een mooi voorbeeld daarvan is de discussie over het verlengen van de kernuitstap. Jong N-VA is voorstander van het behoud van de kerncentrales, en eventueel zelfs van de bouw van een nieuwe kernreactor. Het is nu eenmaal een droge realiteit dat nucleaire energie CO2-neutraal is.

Maar het is niet de veiligste vorm van energie opwekken. 
De nieuwste generatie kernreactoren is veel veiliger dan vroeger. De technologie staat niet stil. Het is niet meer te vergelijken met de oude gebouwen van Doel en Tihange. Onze ecologische standpunten gaan ook minder ver dan kernenergie. Zo hebben we onlangs een voorstel gedaan voor de uitbouw van nationale parken in Vlaanderen. De weinige grote biotopen die wij hier in onze regio nog hebben, moeten bewaard blijven. Door het statuut van ‘nationaal park’, kunnen die gebieden ook gebruikt worden voor streekontwikkeling. Op die manier kan je iets tot stand brengen dat goed is voor het milieu en tegelijkertijd de economie vooruit helpt.

Dat klinkt als een voorstel van een linkse partij. 
Het was een nieuw idee van ons, maar ik heb met veel plezier vastgesteld dat sp.a en Groen toch op die kar gesprongen zijn en er vragen over hebben gesteld aan de Vlaamse Minister van Milieu. Dat is altijd leuk, als je voorstellen over de partijgrenzen heen opgepikt worden. Soms is het ,nu eenmaal moeilijk om ergens een label ‘links’ of ‘rechts’ op te plakken.

Auteur: Frederik Jacobs 

Tomas Roggeman

Voorzitter
Tel.
0472/89.03.96