HomeNieuwsTijd voor feminisme 2.0
08
mrt
2017

Tijd voor feminisme 2.0

Freya Perdaens
Jonas De Smedt

De dagen dat vrouwen geen toegang vonden tot belangrijke topfuncties of specifieke sectoren zijn gelukkig stilaan voorbij. Stigma’s binnen bepaalde sectoren bestaan wel nog., maar ook daar zien we een stijgende participatie van vrouwen in ‘typische mannelijke’ sectoren. Mannelijke verplegers en vrouwelijke cipiers maken gelukkig deel uit van onze maatschappij.

Deze algemene positieve tendens wil niet zeggen dat de strijd voor menig feminist gestreden is. De vraag is wel waar de strijd zich op moet focussen. Het dominante discours binnen de vrouwenbeweging lijkt nu een links-conservatieve koers in te zetten die allesbehalve bijdraagt tot een positief beeld voor de vrouw in onze samenleving. Het is dringend tijd dat vrouwen behandeld worden als evenwaardige leden van deze (politieke) maatschappij. En dat wil zeggen, niet meer, niet eerst, maar effectief gelijkwaardig.

Zowel in het economische als in het politieke verhaal zien we momenteel maatregelen die de vrouw in de rol als huismoeder duwen. We kunnen pas van werkelijk feminisme spreken wanneer vrouwen en mannen gelijkwaardig behandeld worden. Dit impliceert ook bijvoorbeeld geen seksistische quota bij het opstellen van de kieslijst. Positieve discriminatie blijft discriminatie.

VROUWEN TERUG NAAR DE HAARD?

Het was Bart Eeckhout die de knuppel in het hoenderhok gooide met zijn essay over hoe de vrouwenbeweging uiteindelijk zelf vrouwen weer naar de haard jaagt. Op economisch, maar ook op politiek vlak, zijn vrouwen blijkbaar weerloze wezens waarvoor voorkeursmaatregelen moeten worden uitgewerkt. Het grote paradepaardje van de vrouwenbeweging is momenteel de arbeidsduurvermindering en het invoeren van een basisinkomen.

Het argument is dat vrouwen op die manier meer tijd kunnen doorbrengen met de kinderen, zonder hun waardigheid binnen de maatschappij te verliezen. Zo werkt de vrouwenbeweging mee aan het in stand houden en zelfs stimuleren van het stereotype dat vrouwen thuis moeten blijven om voor de kinderen te zorgen. Daarnaast is arbeidsduurvermindering financiële zelfmoord.

Veel belangrijker is dat we als werknemer meer controle krijgen over onze arbeidstijd om op die manier als gezin de zorg voor het huishouden flexibel in te vullen. Inzetten op thuiswerk is hier onlosmakelijk mee verbonden. Dit komt bovendien ook de mobiliteitsproblematiek ten goede.

MET EEN BEEN IN DE POLITIEK EN MET HET ANDERE BIJ HET GEZIN?

De visie dat een geëmancipeerde vrouw, een vrouw is die extra tijd moet vrijmaken om bij de kinderen te zijn, vonden we onlangs ook terug bij een bepaalde verzuilde vrouwenbeweging. Zij lanceerden het voorstel om vrouwen in de politiek te ondersteunen met een buddy die naar avondvergaderingen gaat. Deze zou hen ontlasten zodat zij het werk en privé beter zouden kunnen combineren. Weer een conservatief beleidsvoorstel dat eigenlijk vertelt ‘vrouw, wij zullen er alles aan doen dat u zonder zorgen terug naar de keuken kan’. Met zulke voorstellen geef je vrouwen impliciet de boodschap dat ze beter deeltijds kunnen gaan werken, of zelfs huismoeder kunnen worden.

We moeten af van deze betuttelende maatregelen. In plaats van er kost wat kost voor te willen zorgen dat vrouwen toch maar genoeg thuis kunnen zijn voor hun kinderen, zouden we beter aan vrouwen duidelijk maken dat de grote rol voor de vrouw in het huishouden geen noodzaak is. Gezinsrollen moeten binnen het gezin besproken worden. Een relatie is communicatie. En wat ook de verhouding is binnen jouw gezin, dat moet onderling afgesproken worden.

VROUWELIJKE PARLEMENTSLEDEN EEN ROLMODEL?

Voor een deel van de vrouwelijke politici in Vlaanderen is politiek veel meer dan een hobby maar gewoon en bovenal hun werk. Toch zien we dat bepaalde vrouwen veel minder actief zijn binnen het parlement dan mannelijke collega’s. Ik verwijs hiervoor naar de productiviteitstelling van De Tijd waaruit blijkt dat zo’n 35% van alle vrouwen in het parlement behoort tot de ‘passievelingen’. Bij mannen ligt dit 10% lager. En dat heeft niks te maken met het al of niet capabel zijn van vrouwen of dat ze het parlementswerk niet zouden aan kunnen. We moeten de vraag durven stellen wat dit verschil kan verklaren.

De quotaregel, waarbij er verplicht één man en één vrouw in de top 2 van een kieslijst moeten staan, creëert het gevoel, bij zowel mannen áls vrouwen, dat ze verkozen zijn omwille van hun fysieke eigenschappen. Deze regel kan best afgeschaft worden. Hij is namelijk een grote handicap voor zowel de zelfontplooiing van de vrouw als voor haar positie als politicus Het legt de focus op een irrelevant element, namelijk haar geslacht. In een hoogst concurrentiële omgeving als politiek zorgt de quota ervoor dat de vrouw het gevoel krijgt dat ze al blij mag zijn dat ze een plaats op de lijst krijgt en dus niet teveel beleidsruimte moet verwachten.

Ook voor mannen kan het demotiverend werken. Zo kan het voorvallen dat een hardwerkend mannelijk politicus boven hem op een lijst een vrouw, die minder bijdraagt of over minder competenties beschikt, ziet verschijnen. Want dit moet nu eenmaal met de huidige quota. En zo wordt er ook bij gekwalificeerde vrouwen vaak onterecht geïnsinueerd dat ze het postje gekregen hebben enkel omdat ze een vrouw zijn. Een kwalijk label waar ze zelfs na lange carrières moeilijk van af geraken.  

WAAROM HEBBEN WE DAN EIGENLIJK NOG QUOTA?

We kunnen niet ontkennen dat quota bijzonder belangrijk waren om de drempel van vrouwen voor de politiek te verkleinen. Momenteel zien we echter meer dan genoeg capabele vrouwelijke kandidaten om op een lijst te zetten en geslacht speelt geen rol voor de kiezer bij het toekennen van de stem.

Het belangrijkste argument voor het behoud van quota is waarschijnlijk dat het een duidelijk signaal is en dat het de verdediging van vrouwenbelangen in het parlement verzekert. Het idee dat vrouwen quota nodig hebben omdat zij anders niet gehoord worden in het beleid is een totaal onjuist uitgangspunt. Het moet net de taak zijn van iedereen om zich in te zetten tegen seksisme en dergelijke om genderongelijkheid weg te werken. Je hoeft geen panda te zijn om je in te zetten voor beschermde dieren. In die context is dat voor iedereen logisch, waarom hier niet?

Gendergelijkheid zal er enkel op achteruit gaan wanneer vrouwen via quota verkozen worden en dan enkel hun vrouwelijke achterban gaan vertegenwoordigen. Wij zullen steeds beleid voeren voor iedereen, niet alleen voor een bepaald geslacht.  

Freya Perdaens

Voorzitter Jong N-VA Mechelen

Jonas De Smedt

Bestuurslid Jong N-VA Dender